Kerstverhaal: de ster van Aleppo
In de kleine, tochtige bovenwoning van een grauw flatgebouw, zat de achtjarige Amin voor het raam. Buiten kleurden de straten rood en groen door de kerstverlichting, maar in Amin’s hart was het nog steeds grijs. Hij dacht aan zijn vader, die hij was kwijtgeraakt in de puinhopen van Aleppo, en aan zijn versleten sneakers die hij zorgvuldig onder zijn bed bewaarde. Net als zoveel jongens, hield ook hij van voetbal. In Syrië was de bal zijn beste vriend geweest, zelfs toen de straten na een bombardement vol glas lagen. Nu keek hij elke dag door het hek naar de lokale voetbalclub, waar jongens in glimmende tenues over het gras renden. Zijn moeder werkte lange dagen maar het geld verdween sneller dan zij het kon verdienen. Iedere keer als hij aan zijn moeder vroeg om ook naar de voetbalclub te mogen, verborg zijn moeder haar tranen achter haar handen om vervolgens met een glimlach en zachtjes over zijn wang strijken. “Misschien later, mijn kleine ster. Nu moeten we eerst zorgen voor eten en de huur.”
Amin wist genoeg. Maar op school had hij gehoord over een wonderlijke man die hij nooit gekend heeft in zijn land. De Kerstman. Een man die wensen vervulde voor kinderen. ‘Misschien….,’ dacht hij en meteen greep hij een gescheurd blaadje en schreef met een stompje potlood:
“Lieve Kerstman, mijn naam is Amin. Ik kom uit Syrië en ik heb geen vader meer. Ik hoef geen snoep of speelgoed. Ik wil alleen maar een echte voetbal en een shirtje, zodat ik bij de club mag. Alstublieft? Ik woon op de flat.Nummer 18. Groetjes, Amin.”
Hij vouwde het briefje dubbel, liep naar buiten en stopte het in de rode brievenbus op de hoek terwijl hij stilletje hoopte op een kerstwonder.
De volgende ochtend werd na het openen van de brievenbus, zijn briefje gegrepen door de wind en dwarrelde voor even over de straat. Toen deze vlak voor iemand zijn voeten kwam, stapte hij op het briefje en raapte het op. Even wilde hij het teruggeven aan de postbode maar toen hij zag dat het een gewoon briefje was, opende hij dit en las de tekst. Hij las de onbeholpen letters van Amin en voelde een brok in zijn keel. Een traan gleed langzaam over zijn wang want ook hij kende het verdriet van verlies. Onlangs was hij zijn vrouw verloren en zag de wereld ook vaak door een grijze bril.
Op kerstochtend werd er hard aangeklopt bij het appartement van Amin. Zijn moeder deed verbaasd open. Er stond niemand, maar op de mat lag een grote, glanzende doos met een enorme rode strik. Amin rende naar de gang en met trillende handjes trok hij het papier los. Zijn ogen werden zo groot als schoteltjes. De gloednieuwe voetbalschoenen glommen tegen hem aan. Daarnaast, in plastic verpakt, lag het clubtenue en een slappe, leren bal die nog opgepompt moest worden. Hij huilde van blijdschap. En helemaal onderin de doos lag een envelop. Zijn moeder las de brief hardop voor, haar stem trillend van emotie: “Lieve Amin, de Kerstman heeft je brief gelezen. Je lidmaatschap voor de voetbalclub is voor twee jaar betaald. Trek je schoenen aan, want de trainer verwacht je na de kerstvakantie.”
Amin trok direct zijn tenue aan. Hij rende naar buiten, de koude winterlucht in. Op de stoep zag hij een oudere man met een hondje lopen. De man knikte hem toe met een twinkeling in zijn ogen die Amin deed denken aan de sterren boven Aleppo.
Voor het eerst in een heel lange tijd voelde Amin zich niet meer de jongen die was gevlucht. Hij was een voetballer. Hij was thuis.
- Column: selectie bij de jongste jeugd

- Column: liefde voor het shirt of de centen?

- Column: nieuwjaarswedstrijden- en receptie

De columns zijn geschreven door Gerard Mak voor Voetbal Varia Zaanstreek
