Column: selectie bij de jongste jeugd

Ik stond laatst weer eens bij een amateurclub. Het is daar tegenwoordig op de zaterdag een soort vredesgebied, maar dan met veel ranja. En wat me opviel, is dat zij daar bezig waren met een selectiebeleid waar ze bij menige vereniging nog een puntje aan kunnen zuigen. Ze gooiden alle jeugdspelers door elkaar. Wat een verademing.
Maar bij de meeste clubs pakken die jochies van zeven – zeven jaar, hè! – en die gaan ze dan ‘sorteren’. Jij bent goed, jij bent matig, en jij bent een soort sportief ongelukje. De ‘goeie’ kinderen krijgen een trainingspak, een gratis tenue met de naam van de sponsor erop en ook een trainer die ooit een cursus heeft gevolgd, en de ‘slechte’ kinderen worden op veld C gedumpt met een vader die eigenlijk liever in de Gamma had gestaan. Ja… een beetje gechargeerd, maar het geeft toch te denken.
En dan die ouders… man, man, man. Die staan daar met een bloeddruk van tweehonderd te schreeuwen alsof hun zoon de reïncarnatie van Cruijff is. “Druk zetten, Jayden! De as dichtzetten! Over de hele…” Jayden weet niet eens hoe hij zijn eigen veters moet strikken, maar hij moet wel de as dichtzetten.
Waarom doen ze dat? Waarom moeten die beste spelertjes allemaal bij elkaar? Omdat de mensen die dit bedenken willen winnen van de buren, en van iedereen. Ze hebben ambitie, toekomstplannen voor de vereniging en omdat de bestuurders later die plastic beker in de kantine kunnen zetten. “Kijk ons nou eens…”
Maar in feite offeren ze het plezier van die kinderen op aan hun eigen bewijsdrang. Het is een soort emotionele kinderarbeid. Hanteer toch de mengelmoes-methode.
Gooi die boel toch gewoon op één hoop! Maak de JO7-1 tot en met JO7-4 even sterk, of zwak. Zet dat jochie die de bal tien keer hooghoudt tussen de jochies die over hun eigen voeten struikelen. Wat gebeurt er dan? Die goede voetballer leert dat hij het niet alleen kan. Die moet gaan sleuren. Die wordt een leider van het team. Dat is goed voor zijn ontwikkeling. En die prutser? Die ziet die bal voorbij komen en denkt: “Hé, als ik daarheen ren, gebeurt er misschien iets magisch.” Die wordt daarmee een bepalende teamspeler. Die krijgt zelfvertrouwen, die hij zo hard nodig heeft in zijn verdere leven.
Ja, dit heet samenspel. Geen ‘individueel traject voor de high-potentials’. Het is voetbal. Een spelletje. En het sociale gebeuren waarbij we kunnen leren dat niet iedereen hetzelfde is, maar dat we wel hetzelfde shirt dragen. Ze voelen zich onderling verbonden en dat is toch de hele grap van een vereniging? Samen zijn, samen doen.
Pas op je twaalfde, als de hormonen tegen de plinten klotsen en ze een beetje begrijpen dat de wereld niet alleen om hen draait, dán kun je eens gaan kijken wie er echt aanleg heeft. Dan snappen die kinderen het tenminste ook. En de ouders? Die hebben dan vijf jaar langer de tijd gehad om te beseffen dat hun zoon waarschijnlijk gewoon accountant of loodgieter wordt. Dat scheelt zoveel stress en ergernis.
Dus bestuurders, toon eens een beetje ballen. Sommige verenigingen hebben al zo’n beleid. Misschien wel die vereniging waarvan uw JO7-1 met 11-0 van heeft gewonnen. Durf tegen die schreeuwende ouders te zeggen: “Nee, we gaan niet selecteren. We gaan samen spelen. En die ranglijst? Die steken we bij de eerstvolgende barbecue in de fik.”
Dat is pas beleid. Nu is het maar wat aanklooien in de marge en hopen op een wonder.
- Column: selectie bij de jongste jeugd

- Column: liefde voor het shirt of de centen?

- Column: nieuwjaarswedstrijden- en receptie

De columns zijn geschreven door Gerard Mak voor Voetbal Varia Zaanstreek
Foto: Zaanstad Cup / SportsGen
