Column: obsessie om te winnen nekt hoofdtaak
Op de voetbalvelden, elke zaterdag weer, ontvouwt zich een schouwspel dat de ware geest van de jeugdsport dreigt te verstoren. U kent ze wel, de leiders met de te grote ambities, de veldheren in een trainingspak wier bloed sneller stroomt bij het idee van drie punten dan bij de lachende gezichten van hun eigen spelertjes. Zij zijn de belichters van een winstobsessie die de kern van hun hoofdtaak – de ontwikkeling en het plezier van het kind – volledig uit het zicht doen verdwijnen.
Laten ik duidelijk zijn: ambitie is goed. Competitie is essentieel. Maar wat we wekelijks zien bij sommige, is vaak de duistere kant van deze drang. Het gaat dan niet meer om hun team dat wint, maar om de leider die zijn ego streelt met een zege. Het wordt pas echt wrang wanneer het onrecht zich manifesteert in de vorm van ‘geleende’ spelers. Het is geen openbaar geheim bij die leiders. Teams die op papier te zwak zijn, worden wekelijks opgelapt met de beste talenten uit hogere of andere elftallen. Deze voetballertjes, die vaak al een hele wedstrijd in de benen hebben, worden ingezet als een soort huurlingen, puur en alleen om de overwinning binnen te slepen. Dit is niet alleen een verkapte vorm van competitievervalsing, het is vooral een klap in het gezicht van de kinderen waar het écht om draait. De spelers van het eigen team. Verworden tot bankzitters en ineens de vergetenen.
Terwijl de ‘gastspeler’ zwoegt en rent, soms de hele wedstrijd door, zitten de échte leden van het team op de bank. Ze kijken toe, dromend van een invalbeurt, hopend op die paar minuten die hun zaterdag goed zouden maken. Maar nee, de overwinning is in gevaar, en dus blijft het geleende kanon staan. Het is een pijnlijk schouwspel van prioriteiten die volledig verkeerd zijn. De eerlijkheid, de sportiviteit, het respect voor het eigen teamlid – het wordt allemaal opgeofferd op het offerblok van de winst. Dit is geen leiderschap; dit is het in de kiem smoren van sportplezier en teamgeest.
De taak van een leider, coach, is niet het winnen van de B-categorie beker. De hoofdtaak is het creëren van een veilige, uitdagende en vooral plezierige omgeving. Zij zijn er om kinderen de liefde voor het spel bij te brengen, ze te leren omgaan met succes én verlies, en elk kind een eerlijke kans te geven zich te ontwikkelen. En gelukkig, die leiders zijn er genoeg.
Het spelplezier moet boven alles staan. Dat betekent dat elk kind, ongeacht talent, een eerlijk deel van de speeltijd verdient. Dat betekent dat een leider het verlies met opgeheven hoofd aanvaardt, wetende dat iedereen heeft gespeeld en het maximale eruit heeft gehaald. Het verlies van een wedstrijd is immers een onbeduidend detail in de sportieve opvoeding van een kind. Het verlies van hun plezier, hun motivatie of hun vertrouwen in eerlijk spel, dát is de échte nederlaag.
Laten we de focus terugbrengen naar wat echt telt. Laat de ‘geleende’ spelers bij hun eigen team. Geef de jongen of het meisje op de bank de kans om te spelen, te missen, te scoren en te leren. Zelfs als dat leidt tot een 0-5 op het scorebord. Want op de lange termijn wint de club, en vooral het kind, als het plezier de overwinning is. En dát, leiders, dwingt respect af.
- Column: selectie bij de jongste jeugd

- Column: liefde voor het shirt of de centen?

- Column: nieuwjaarswedstrijden- en receptie

De columns zijn geschreven door Gerard Mak voor Voetbal Varia Zaanstreek
Foto SportsGen / Zaanstad Cup
