Column: “Looos”, de kreet die iedereen begreep

In de hiërarchie van het amateurvoetbal staat de doelman ergens tussen een Griekse god en een schreeuwerige verkeersregelaar. Hij draagt een andere shirtkleur, mag met zijn handen aan de bal zitten, en bezit een vocaal wapen dat krachtiger is dan de gemiddelde misthoorn. Maar er is één woord dat de fragiele vrede op het groene laken kan verstoren als een valse noot in een symfonie: “LOS!”
Het is een van de grootste mysteries in het voetbal. Je roept “los”, de tegenstander raakt in de war, je eigen verdediger bukt uit reflex, en plotseling blaast de scheidsrechter op zijn fluitje alsof hij een brandend weeshuis probeert te ontruimen. “Spelbedrog!” roept de arbiter, “alleen de keeper mag dit roepen.” Het is een ongeschreven regel in het voetbal, die ineens als regel wordt geïnterpreteerd. Blijkbaar is “los” roepen door de keeper een vorm van psychologische oorlogsvoering die zo effectief is, dat de voetbalbond het heeft gecategoriseerd onder dezelfde morele misdaden als het stelen van de kantinekas.
Ik speelde ooit in de krochten van de reserve-achtste klasse, een competitie waar de buikjes ronder waren dan de bal en het plezier altijd hoogtij vierde. Onze keeper was een man die “los” tot een spirituele ervaring had verheven. Als er een hoge bal in het strafschopgebied zeilde, klonk er een brul die de lokale vogelpopulatie deed opschrikken.
“LOOOOOOOOS!”
Het effect was magisch. De verdediging week uiteen als de Rode Zee voor Mozes. Iedereen bevroor. Zelfs de spits van de tegenstander hield uit pure verbazing in. Het probleem was alleen dat onze doelman deze kreet niet gebruikte om aan te geven dat hij de bal had, maar eerder als een soort algemeen advies aan de mensheid. Ook hij liet de bal los en het was al een wonder als hij dat ronde ding met zijn handen ving. In één seizoen incasseerde hij 121 doelpunten. Dat is geen statistiek; dat is een oeuvre.
Waarom roepen sommige keepers dan nog “LOS”? Het kan natuurlijk een belofte zijn van controle in het chaotische voetbalspelletje. Het suggereert dat iemand met gevaar voor eigen leven van plan is om de bal te pakken en door roeien en ruiten gaat. Het onvermogen om controle te houden, verpakt in een ongeschreven regel. Het schept ineens verwarring en dat is kennelijk wel voorgehouden aan de keepers. Effe “los” roepen als de tegenstander een balletje probeert aan te nemen, wordt even zo vaak door de scheidsrechter afgestraft terwijl het gewoon een slimmigheidje is. Slim zijn in het voetbal. Dat is toch de ware essentie van het voetballeven?
Dus de volgende keer als je op het veld staat en die onweerstaanbare drang voelt om “los” te brullen: doe het niet. Roep “voor mij”, roep “keeper”, of sis je tegenstander zachtjes toe “hakkie”. Wie weet, hoort de scheidsrechter het niet en voel je je toch slimmer.
De columns worden mede mogelijk gemaakt door Stucpartner.nl
- Column: “Looos”, de kreet die iedereen begreep

- Column: het goddelijke schot

- Column: de psychologie van de achterban

De columns zijn geschreven door Gerard Mak voor Voetbal Varia Zaanstreek
Foto: Theo van Vlaanderen
