ClubsColumn

Column: een onderzetter als beschermer

Laten we het eens hebben over innovatie. De mens heeft het wiel uitgevonden, het internet, en de dubbele espresso. Maar in het voetbal hebben we de scheenbeschermer uitgevonden, en die vervolgens in twintig jaar tijd gereduceerd tot het formaat van een onderzetter voor een borrelglaasje.

Dus als je kijkt naar de doorsnee voetballer, dan zie je daar een staaltje van menselijke inventiviteit dat grenst aan sabotage. De kousen, die de beschermers zouden moeten omvatten, trekken ze op tot halverwege de kuit. En daaronder? Daar zit het. Echt waar! Het zogenaamde ‘pantser’. En dat is beslist geen scheenbeschermer, maar eerder een scheenbeensuggestie.

Veel voetballers hebben van die dingen die niet groter zijn dan een pakje kauwgom of een pinpas terwijl het doel van zo’n scheenbeschermer de basis is, om dat lange, kwetsbare bot te beschermen tegen de noppen van een tegenstander. Want dat helpt, zegt de medische wereld. Toch zijn er jaarlijks 1200 scheenbeenbreuken terwijl het aantal voetbalblessures op loopt tot 46.000 per jaar. Dus je kan je afvragen of het voldoende is dat de ‘postzegel-pantser’ het scheenbeen beschermt op één vierkante centimeter? Denk het niet want de rest van het scheenbeen staat te trillen van de angst, als een puber die voor het eerst naar een horrorfilm kijkt.

En kijk eens wat er gebeurd als een voetballer geraakt wordt op de blote huid, net boven die pinpas of daaronder. Dan breekt de hel los. Ze gaan dan neer alsof ze geraakt zijn door een onzichtbare sluipschutter. De kreten die ze daarbij slaken, klinken alsof ze zojuist hun hele familie hebben verloren. Ze liggen te rollen, terwijl de ‘scheenbeschermer’ ergens naar hun enkel is verschoven. De scheenbeschermer die hen had moeten redden, ligt nu machteloos te wezen, als een vlieg op zijn rug. De natte spons is het enige medische hulpmiddel in het voetbal, dat hun nog kan redden voor een afgang. Het stopt waarschijnlijk de bloedingen, heelt botbreuken, en zorgt ervoor dat ze de laatste tien minuten nog even mee kunnen doen en op hun tandvlees er een sprintje uittrekken.

Maar waarom die kleine dingen? Zal de handelingssnelheid van de speler worden verhoogd? Of is het stoerigheid en zijn ze makkelijker te verstoppen?  De realiteit is dat veel voetballers bang zijn voor het minimale ongemak van een gewone scheenbeschermer. Ze kiezen voor de luxe van de illusie. Ze willen het imago van de tough guy – de afgezakte sokken en de nonchalance – maar als er iets gebeurd, willen ze wel de schadeclaim van de gehandicapte. Ze willen het beste van twee werelden: de stoere uitstraling en de dramatische val. Dus de volgende keer dat u zo’n drama-queen ziet liggen, onthoud dit: hij had zich kunnen beschermen met een schild zo groot als een onderarm, maar koos voor een schild zo groot als een pinpas

En de scheidsrechter? Die kan er niks aan doen. Aan de FIFA en KNVB regels is voldaan. Een regel van ‘lik-me-vestje.’ Maar ja…. er zit tenslotte een beschermer en die is echter zo klein, dat je een microscoop nodig hebt om hem te keuren. Bedenkt daarbij, dat de zorgkosten niet voor niks stijgen en de zorgverzekeraars niet voor niks hameren op ‘preventie’. Preventie zoals goede scheenbeschermers.