Column: de grote illusie van de voorbereiding

Het WK is gelukkig voorbij. De miljonairs hebben hun kunstje gedaan en liggen nu met hun getrainde bast in een all-inclusive resort in Dubai, nippend aan een cocktail die meer kost dan de gemiddelde contributie van een jeugdspeler in Boerekoolstronkeradeel. De rust is wedergekeerd. Zou je denken. Want ergens in een achterafkamertje van de KNVB heeft een overijverige medewerker op de knop ‘verzenden’ gedrukt. Bam. De indelingen voor het amateurvoetbal zijn bekend. En meteen schiet heel voetballend Nederland in een collectieve psychose.
Ineens ploppen de WhatsApp-groepen weer open. ‘Mannen, we mogen weer!’ stuurt de trainer. Maar heeft hij er zin in? Want de voorbereiding begint. En ‘de voorbereiding’, dat is in het amateurvoetbal een eufemisme voor een middeleeuws martelritueel waarbij de selectiemannen proberen de schade van drie maanden barbecues, speciaalbier en complete stilstand in twee weken weg te harken.
Binnenkort staan ze er weer. Op een halfdood, door de zon weggezengd kunstgrasveld dat ruikt naar verbrand rubber. Twintig man met een waardeloze conditie, hijgend als postduiven met astma, die zich onderling moeten ‘meten’. Wat valt er te meten? Je hoort al dat het vetpercentage hoger is dan het doelsaldo van vorig jaar! En dan moeten de oefenwedstrijden nog beginnen. De trainer staat bloedserieus langs de lijn met een klembord en een fluitje in zijn mond. Een klembord en een fluitje!
Alsof hij Louis van Gaal is die de veldbezetting tegen Argentinië analyseert, terwijl hij in werkelijkheid kijkt naar elf vlaaien die achter een bal aan hobbelen en smeken om een wissel omdat hun milt op knappen staat. Hij wil kijken ‘waar het elftal staat’. Nou, trainer, ik kan je vertellen waar ze staan: ze staan te kokhalzen achter de dug-out.
Maar het échte drama, de nekslag voor elk amateurteam, begint pas als de selectie écht vorm lijkt te krijgen. Dan trilt de telefoon.
Ping. De spits, de enige man die vorig seizoen dubbele cijfers haalde en die eigenlijk veel te goed is voor dit niveau, stuurt een berichtje: ‘Hey trainer, ff laten weten, ik ga van 3 september tot eind november backpacken in Vietnam. Even mezelf vinden. Succes met de beker!’
Je jonge hond, de rechtsback die tenminste nog kon rennen zonder een hamstring te scheuren, reageert direct: ‘Oh vet man! Ik ga trouwens in oktober drie weken met m’n vriendin naar een all-inclusive in Turkije, was een superaanbieding. Kon geen nee zeggen haha.’
En voor je het weet is het oktober. De bladeren vallen van de bomen, de eerste zes competitiewedstrijden zijn roemloos verloren, en de trainer weet nog steeds niet wie er zondag überhaupt fit genoeg is om negentig minuten vol te maken zonder een hartstilstand te krijgen.
Na de zoveelste nederlaag tegen een stel fitte zeventienjarigen uit een naburig dorp, zit iedereen met een rooie kop in de kantine. Bitterbal erin, biertje erbij. En dan wordt het hoge woord eruit gegooid: ‘Ja jongens, we hebben gewoon last van opstartproblemen. Als de selectie straks weer compleet is, dan gaan we stappen maken.’
Opstartproblemen. In november. Je bent verdorie een amateurvoetballer, geen haperende dieselmotor uit 1984! De enige reden dat je opstartproblemen hebt, is omdat je zaterdagnacht tot vier uur in de kroeg hebt gestaan en je ontbijt bestond uit een lauw blikje energiedrank en een paracetamol.
Maar goed. Binnenkort mogen we weer. De kicksen mogen uit het vet, de scheenbeschermers die al drie jaar stinken naar een dode otter mogen weer om. Hoera… het voetbalseizoen komt eraan. Ik kan niet wachten.
De columns worden mede mogelijk gemaakt door Stucpartner.nl
- Column: wees lief voor de materialen

- Column: respect voor de scheidsrechters

- Column: de doellat op 70 centimeter

De columns zijn geschreven door Gerard Mak voor Voetbal Varia Zaanstreek
Foto: afbeelding gemaakt met AI
