ClubsColumn

Column: respect voor de scheidsrechters

Het is zondagmorgen, half tien. De dauw staat nog op het gras, de kantinejuffrouw zet de eerste pot troosteloze filterkoffie en in de bestuurskamer breekt het koude zweet uit. Er is namelijk een appje binnengekomen. De scheidsrechter van het vierde elftal heeft zich afgemeld met ‘vage rugklachten’ 

En daar begint de grote stoelendans van het amateurvoetbal. Want een tekort van 1.500 arbiters klinkt als een statistiek, maar in de praktijk is het een domino-effect van jewelste. De scheidsrechter van het vijfde elftal wordt naar het vierde team gepromoveerd. De grensrechter van de JO19, een opa van een van de spelers, moet nu het vijfde elftal fluiten. En wie blijft er over voor de lagere klasse onderaan de piramide? Juist. De bodem van de B-categorie staat inmiddels vaker zonder arbiter aan de aftrap dan dat een spits van de vroege zondag een bal tussen de palen krijgt.

Een lokale autodealer vatte het laatst perfect samen: we behandelen onze scheidsrechters als de autobanden van een gemiddelde studentenbak. Zolang er nog een flintertje profiel op zit, rijden we door. Pas als we met 120 kilometer per uur uit de bocht vliegen omdat er niemand is om te fluiten voor een schwalbe, denken we: “Goh, misschien hadden we die man in het zwart wat vaker moeten uitlijnen.”

De oplossing die nu rondzingt? Clubtrainers moeten talenten gaan ‘scouten’. Ik zie het al voor me. Een trainer die tegen een speler zegt: “Luister, Jeffrey, je techniek is vergelijkbaar met een baksteen in een wasmachine, maar je hebt wel een fantastisch loopvermogen en je kijkt altijd heel streng. Heb je ooit overwogen om een fluitje te kopen?”

Het probleem is natuurlijk de ‘mondigheid’ van de spelers. We willen allemaal een scheidsrechter met de autoriteit van Pierluigi Collina, maar we behandelen hem als de persoon die zojuist onze favoriete kamerplant heeft omgegooid. Iedere beslissing wordt onthaald met een collectief “Hé scheids!”, alsof die man op 40 meter afstand in een fractie van een seconde beter kan zien dat de bal de lijn met drie millimeter passeerde dan de supporters, die met een lichte kater langs de zijlijn staan te wankelen.

Laten we eerlijk zijn: je krijgt altijd de scheidsrechter die je verdient. Speel je op het niveau van een natte krant? Verwacht dan niet dat Danny Makkelie komt opdraven om je buitenspelval te beoordelen.

Zonder scheidsrechter kun je letterlijk fluiten naar je wedstrijd. Dus de volgende keer dat een vrijwilliger in een nét te strak neongeel shirt een dubieuze penalty tegen geeft: slik die verwensing in. Geef hem na afloop een lauw biertje en zeg dat zijn profiel er nog uitstekend uitziet. Want voor je het weet, sta je daar op zondagochtend er zelf met een fluitje in je hand. En geloof me, dat fluitje staat niemand goed bij een hartslag van 180.