ClubsColumn

Column: wees lief voor de materialen

Je ziet ze veranderen, Zodra sommige voetballers het sportcomplex betreden, lijken sommige hersenfuncties direct in de ‘stand-by modus’ te schieten. Vooral de functie ‘besef van waarde’ daalt enorm. Alle leden betalen contributie, maar de vereniging lijkt ineens een soort onuitputtelijke grabbelton van goudstaven en zijden doelnetten te worden, toch? 

Nou, de penningmeester, die ’s nachts wakker ligt van de facturen, denkt daar waarschijnlijk heel anders over.

Honderden euro’s verdwijnen als sneeuw voor de zon. Neem nou de gemiddelde spits met de traptechniek van een dronken nijlpaard. Met een overtuiging waar Ronaldo jaloers op zou zijn, poeiert hij de bal, met een sierlijke boog over de omheining, zo in de smerige prutsloot of de woonwijk in. En wat doet onze topschutter? Hij kijkt even, haalt zijn schouders op en denkt: “Die is weg!” 

Pardon? “Die is weg”?  Vroeger was het wie deze wegschiet moet ‘m halen. Maar tegenwoordig trappen de voetballers even zo vrolijk een briefje van honderd euro de sloot of de wijk in! Als ze honderd euro in de gracht zien drijven, springen ze er toch ook achteraan met gevaar voor eigen leven en met hun goede zondagse broek? Maar een speelbal halen? Ach, de materiaalman heeft er vast genoeg in zijn opslag liggen. En dat is nog maar ’n bal hé? En dan heb je binnen iedere vereniging ook nog van die ‘Vreugde-Tarzans’. Spelers die na een doelpunt met het gewicht van een volwassen vent in de doelnetten vliegen. Het net kreunt, de mazen rekken uit tot het formaat van een visnet voor walvissen, en de materiaalcommissie ziet de volgende contributieverhoging alweer aan de horizon verschijnen. Het gezicht van de penningmeester staat op onweer. Het net is er om de bal tegen te houden en niet bedoeld om je eigen gewicht te testen voor een carrière bij het circus. 

Het mooiste is de hiërarchie. De jeugd kijkt omhoog naar ‘de grote mannen’ van het eerste of tweede. En wat zien ze daar? Jan-Willem die na de wedstrijd naar de kleedkamer sjokt en bij het passeren van de cornervlag, laat hij deze staan alsof het een decoratiestuk is voor de lokale flora en fauna. Of de speler die drie ballen in de bosjes laat liggen omdat het “toch al bijna donker is”. Een goed voorbeeld voor je jeugd. Als de senioren het materiaal behandelen als wegwerpartikelen van de Action, waarom zou een jeugdspeler dan wel die loodzware tas met hesjes naar de container slepen?

En eigenlijk is het zo simpel: de sociale controle. En laat het maar weer eens horen over de velden. “Haaalen…..!”  Stel je eens voor dat die cornervlag van je eigen zuurverdiende centen is gekocht. Zou je hem dan laten verpieteren in de regen? Waarschijnlijk niet. Maar eigenlijk is die vlag ook een beetje van jou want met de contributie wordt een groot deel bekostigd. 

Dus, beste spelers, trainers en leiders: wees een beetje lief voor de spullen. Een bal is geen boemerang die je wegschiet en vanzelf weer terugkomt. En die cornervlag heeft geen pootjes om zelf naar het materiaalhok te lopen. Bespaar de penningmeester een hartverzakking en de vereniging een hogere rekening. Want laten we wel wezen: we geven ons geld liever uit aan een derde helft dan aan een nieuwe set doelnetten omdat jij zo nodig voor ‘Tarzan’ moet spelen.