ClubsColumn

Column: de doellat op 70 centimeter

Voetbal is op zijn mooist wanneer de wetten van de logica en het grote geld volledig vervagen. We vergeten het soms in een wereld van VAR-discussies, miljoenen transfers en afgemeten kunstgrasmatten, maar de essentie van het spel laat zich niet vangen in tactische borden. Die essentie openbaart zich pas echt op de momenten dat het veld transformeert tot een plek waar iedereen simpelweg mens mag zijn.

De KNVB noemt het vanaf dit seizoen Voetbal+. Een nieuwe naam voor een voetbalvorm die al decennialang bestaat, maar die binnen de muren van veel clubs al generaties lang het echte hart van de vereniging vormt. Ik heb het dus over het voormalige G-voetbal. Het vergt geduld van de trainers, grenzeloze inzet van vrijwilligers en een lange adem van de organisatie en niet onbelangrijk, de ijzeren wil om het binnen je vereniging op te tuigen. Maar wie er een middag langs de lijn staat, ziet dat voetbal hier ver voorbij de negentig minuten reikt. Het gaat over meedoen, over ontmoeten, en over het pure geluk van ergens bij horen. En ze horen er binnen mijn vereniging al meer dan 37 jaar bij. De geestelijk en lichamelijke sporters. Topsporters – want dat zijn ze. 

Tijdens een groot toernooi in België zag ik ooit wat dat in de praktijk betekende. Twee begeleiders liepen naar het doel en spanden een lint van paal tot paal, exact op zeventig centimeter hoogte. Kort daarna droegen ze een jonge keeper naar de lijn en legden hem neer in het gras, precies in het midden. Hij was vanaf zijn heup verlamd.

Toen het fluitsignaal klonk, veranderde zijn doelmond in een heiligdom van plezier. Met zijn armen klauwde de doelman naar elke bal die over het gras zijn kant op rolde. Hij kroop, slingerde zijn lichaam of zwaaide met zijn armen voor zijn doel met maar een opdracht. Zijn doelgebied schoon houden. Elk stilgelegd schot werd gevierd alsof hij de beslissende redding maakte in een bekerfinale. Maar wat mij misschien nog wel het meest raakte, was de tegenstander. Geen spoor van medelijden of twijfel, maar een diep, vanzelfsprekend respect. Ze speelden met overgave, maar met de grens van het lint helder in de kop. Een wedstrijd waar ik met tranen in de ogen stond te genieten.

In die ene wedstrijd werd de kern van sport meedogenloos blootgelegd. Gehandicaptenvoetbal — of het nu gaat om een lichamelijke of verstandelijke beperking — vraagt niet om medelijden. Het vraagt om ruimte. Ruimte om te vallen, op te staan, te lachen en samen te winnen of te verliezen. Dat lint op zeventig centimeter verlaagde niet alleen de lat voor een keeper; het tilde het hele spel naar een niveau waar geen profvoetballer ooit aan kan tippen.